Transcendence

CGI-versie van Johnny Depp gaat voor wereldheerschappij in nieuwe blockbuster.

Recensie Transcendence ~ 2,5 sterren

 

Yes, een nieuwe Johnny Depp in de bios! Zou je denken. Nu heeft Transcendencede schijn niet bepaald mee. In Amerika flopte de film desastreus. Van de honderd miljoen dollar die erin is gestopt, zagen de investeerders maar een fooi terug. Zou de sciencefiction film in Europa wél aanslaan, is de grote vraag.

Transcendence is het eerste werk van een veelbelovende nieuwe regisseur: Wally Pfister. Wíe? Wally Pfister. Moet ik die kennen? Zou kunnen. Als rechterhand van Christopher Nolan heeft hij de hand gehad in vrijwel al diens films, onder meer The Prestige en The Dark Knight-trilogie. En er staat een Oscar op zijn schouw voor het camerawerk van Inception. Nolan zelf trad op als producer van Transcendence.

Geen kattenpis dus. Voor het eerst op eigen benen kon Pfister daarom direct een blik sterren open trekken: Morgan Freeman, Paul Bettany, Cillian Murphy, Kate Mara, Rebecca Hall en uiteraard Johnny Depp voorop. Iedereen verwachtte niets minder dan vuurwerk, maar de film werd genadeloos neergesabeld door de Amerikaanse critici en het publiek bleef weg. Hamvraag: is het terecht dat deze film flopt of niet? 

Wetenschapper Will Caster, gespeeld door Depp, is specialist op het gebied van kunstmatige intelligentie. Zijn doel is een alleswetende computer maken, die ook menselijke emoties heeft. Een groepje linkse terroristen bindt de strijd aan met de onderzoeken en pleegt aanslagen op Caster en zijn wetenschappers.

Uiteindelijk zit er niets anders op dan de hersenen van Caster zelf te uploaden in het systeem. Bij wijze van sjofel experiment vindt dit plaats in een oude sporthal. Zijn vrouw Evelyn (Rebecca Hall) en beste vriend Max (Paul Bettany) helpen waar ze kunnen, maar hebben hun twijfels over de afloop. Als het lukt en Caster is geüpload, leiden zijn oneindige mogelijkheden tot een climax. 

Het heeft iets potsierlijks, dat de computer na het uploaden van zijn hersenen ook Depp’s fysieke gezicht toont. Die skypet zich vervolgens vrolijk door de hele film. Het uitgangspunt is niet bijzonder – je denkt ongewild toch snel terug aan Stephen King’s The Lawnmower Man van twee decennia geleden – en er zitten gaten in het script waar geen gothic-panty tegenop kan. 

Vooral hoop je dat het plot ergens een onvoorziene wending neemt. Maar nee, het verhaal kabbelt voort en wordt almaar extremer. Computer-Depp kan mensen superkrachten geven, zodat ze zonder met hun ogen te knipperen 350 kilo kunnen tillen. Iedereen op zijn netwerk geneest direct op miraculeuze wijze van dodelijke schotwonden en er zijn heuse bodyswaps. Depp kan met zijn computernetwerk dus ook de hersenen van mensen overnemen en zo een legertje aansturen. Ofwel: het is allemaal té veel. Hersenloos vermaak, zeg maar.

Toch zijn er ook pluspunten aan de film. Waar deze zich onderscheidt van andere scifi is dat het een poging is om het dichtbij het menselijke gevoel te blijven. Hij blijft klein, zonder overdaad aan visueel geweld en bombast. Wat Transcendence mist, is een compleet wereldbeeld dat in de Nolan-films zo sterk wordt geschetst; Inception en The Dark Knight gloreren vanwege de rauwe realistische wereld waar het plaats vindt. De vervallen locaties en woestijn in Transcendence zijn vervreemdend en doen ernstig denken aan een post-apocalyptische wereld. 

Een dikke pluim is er voor de acteurs, die zich knap staande houden ondanks het script. Depp trekt zijn verstrooide professor annex schrijvers-look uit de kast. Een lekker extravagante rol, een wetenschapper die God wil zijn. Met name Paul Bettany overtuigt als onderzoeker met gewetenswroeging. De moraal over macht en het spanningsveld tussen technologie en privacy ligt er alleen te dik bovenop, mede door de moraliserende dialogen. Pfister’s poging is dapper, maar het is te hoogdravend. Hij wil te veel. Je kunt nu eenmaal niet meteen een film-God zijn…

Suzanne neemt je mee, het noodlot tegemoet

Suzanne fladdert. Alle kanten op, behalve de goede.

Recensie Suzanne ~ 4,5 sterren

suzanne1

Bij het horen van de filmtitel Suzanne hoor je ongetwijfeld het gelijknamige lied van Leonard Cohen in je hoofd. Die song was dan ook een inspiratiebron voor de jonge regisseuse Katell Quillévéré. Ze maakte van haar hoofdpersoon Suzanne een antiheld.   Het is een gedurfd stukje cinema en breekt voor een deel met de traditie van de Franse film. Waar die films meer dan eens tergend traag voortkabbelen en vooral uitblinken in het uitdiepen van karakters en emoties – denk bijvoorbeeld aan Il Y A Longtemps Que Je T’Aime – gebeurt in Suzanne het tegenovergestelde. Het leven van Suzanne passeert in een noodvaart. En dat is ook precies de manier waarop Suzanne leeft.   Het zal je maar overkomen: je vrouw overlijdt op haar 32e en laat je achter met twee jonge dochtertjes. Het overkomt vader Nicolas, een vrachtwagenchauffeur, die het flink voor de kiezen krijgt met zijn meiden Maria en Suzanne.

Suzanne2

De zusjes lunchen met hun vader bij het graf van hun moeder. Ze lachen en kibbelen wat af en tien jaar later jagen ze samen op jongens. Vader is veel op de weg. Dus is er veel vrijheid voor de kids om het zelf uit te zoeken. Suzanne raakt op haar 19e in verwachting, geen idee van wie. Ze wil het kindje houden, zonder al te veel stil te staan bij de consequenties. Tot frustratie van haar innemende vader.   Bij het paardenrennen wordt ze verliefd op een louche type uit Marseille, Julien. Ze besluiten er samen vandoor te gaan. Zonder haar zoontje Charlie, die inmiddels op de basisschool zit. Die blijft bij haar zus en vader. Wanneer Suzanne al een paar jaar niets meer van zich heeft laten horen, blijkt Charlie al ondergebracht bij een pleeggezin.

suzanne

Suzanne zien we pas weer terug in de gevangenis. Ze krijgt na inbraak en mishandeling vijf jaar cel. Julien is gevlucht. Foto’s van Charlie hoeft Suzanne niet te zien; ze is vervreemd van haar familie. Ze kiest er na haar vrijlating voor om met Julien te emigreren naar Marokko. Is het domheid, blindheid of domweg katharsis? Een noodlottig einde blijft Suzanne bespaard: na haar vele omzwervingen blijkt familie toch de sterkste band voor het leven.

suzanne4

Het is een meeslepend verhaal, in beelden en met een al even fraaie soundtrack. De vaart zit er goed in en daarom blijft de film boeien. Nadeel is dat het geheel soms wat fragmentarisch aandoet en een aantal beslissingen wat té snel en ondoorgrondelijk is. Het vele wisselen van perspectieven en de grote sprongen in de tijd houden de interesse echter vast en het verhaal levendig.

Gouden beeldjes

Na de blockbusters van december is het altijd even wachten voordat er weer wat goede films langskomen. Eind februari is het meestal zover, met een duidelijke reden: de Oscars.

20140302-222634.jpg

Vers in het geheugen liggen bij de Academy scoort nu eenmaal beter. Een aantal titels is hier nog amper te zien, zoals Her. Maar tijdens het wachten op de Oscar-night waag ik me alvast aan een voorspelling.

Beste film: 12 years a slave.
Beste acteur: Matthew McConaughy.
Beste Actrice: Cate Blanchett.
Mannelijke Bijrol: Jared Leto.
Vrouwelijke Bijrol: Julia Roberts.
Regie: Gravity.
Cinematografie: Prisoners.
Script: Her.
Muziek: Happy, Pharrell Williams.
Buitenlandse film: Broken Circle Breakdown.

Laat die memes met Leo dus maar weer komen…

20140302-222621.jpg

Family Man in Hollywood: Ron Howard

Niet weg te denken uit Hollywood; de jonge, brave Richie – side-kick van The Fonz uitHappy Days – bleef plakken en werd regisseur. En hoe! Hij won diverse Oscars, kondigde onlangs de derde Dan Brown-verfilming aan, zorgde dit jaar voor een comeback van sitcom Arrested Development en deze week verscheen de door hem geregisseerde race-film Rush. Een portret.

Een opmerkelijk gat heeft Howard in zijn acteurs-CV. Tussen 1986 en 1999 deed hij namelijk niets in die categorie. Nu pakt hij – voor de leuk – wel weer eens een kleine cameo aan, of spreekt een stem in. Maar wat deed hij in de tussentijd? Hij klom op tot één van de grootste regisseurs van Hollywood. Terwijl acteren toch echt in zijn bloed zit.

Met Cate Blanchett op de set van The Missing.

Allebei zijn ouders hebben een acteeropleiding gehad en al met 18 maanden had Ron zijn eerste filmrol te pakken, in Frontier Woman uit 1956. Howard breekt in Amerika door in de jaren ’60 als Opie in The Andy Griffith Show. Wereldwijde faam komt vervolgens in de jaren ’70 als Richie Cunningham in Happy Days. Voor filmprojecten werkt hij in die tijd al samen met Henry Fonda, John Wayne en George Lucas. Niet slecht voor een kindsterretje.

Een piepjonge Howard naast John Wayne (in zijn laatste filmrol) en Lauren Bacall in The Shootist uit 1976.

Leider in de business
De jonge acteur slaat de stap naar volwassen acteur bewust over. Howard geeft direct al de voorkeur aan het regisseren. Hij volgt lessen, filmt sinds zijn vijftiende met een super 8 camera en wil vooral leren van ervaringen op de set. Producer Roger Corman (meer dan 400 films!) geeft hem in 1977 zijn kans. Howard mag zelf spelen en regisseren in Grand Theft Auto, een kick-start van zijn carrière. Hij heeft al jong een duidelijke mening: “Als acteur ben je afhankelijk, ik wil regisseren. Mijn eigen lot in handen hebben. Een leider zijn in de business.”

Samen met George Lucas druk bezig met de voorbereiding van Willow.

Een vast genre kent hij niet. Van komedie tot actie en van fantasy tot sciencefiction: Howard maakt álles. Zijn ontmoeting met Brian Grazer begin jaren ’80 is een stap naar grote producties. De twee maken voor Disney de komedie Splash met Tom Hanks in 1984. Daarmee is zijn naam gevestigd. Die bouwt hij verder uit met SF-film Cocoon. In 1986 start hij Imagine Entertainment samen met Grazer. In de jaren ’90 gaat het pas echt los; achtereenvolgens knallen Apollo 13, Ransom, Edtv en het Oscarwinnende A Beautiful Mind van Howard’s hand van het scherm.

Op de foto met Apollo 13 astronauten Bill Paxton, Kevin Bacon en Tom Hanks.

Brave Hendrik 
Flair, losbandigheid, bravoure. Nee, op deze eigenschappen valt Howard niet te betrappen. Het familieleven van de brave hendrik lijkt zowaar op dat van de goeïge Richie Cunningham, want zijn privéleven is uitgesproken saai voor de roddelrubrieken. In 1975 trouwt hij met zijn ‘highschool sweetheart’ Cheryl Alley. Ze zijn samen ‘ever since’ en hebben vier kinderen, waarvan dochter Bryce Dallas de acteertraditie voortzet.

Met Brian Grazer en Mel Gibon op de set van Ransom.

Een leuk bescheiden Howard-grapje is dat zijn vrouw tekstloos figureert in de meeste van zijn films. Ook zijn vader Rance en broer Clint, die als B-acteur aardig wat rollen draait, verschijnen nogal eens in de films van de meest succesvolle telg van de familie. Mafste feitjes die Howard op zijn naam heeft zijn twee optredens inThe Simpsons en een in 1998 ontdekte asteroïde die naar hem is vernoemd.

Ron Howard en Brian Grazer maken zichzelf belachelijk in The Simpsons.

Terug bij TV-series
In 1998 komen de televisieseries toch weer op het pad van Howard. Zijn bedrijf start met de dramaserieFelicity en komt wat later met de hitserie 24, waarin Jack Bauer terroristen terroriseert. Daarna volgt de briljante komedieserie Arrested Development – waarin Howard de consequent originele voice-over voor zijn rekening neemt. Dit voorjaar verscheen het comeback seizoen van de serie, die losjes gebaseerd zou zijn op ervaringen uit het eigen leven van Howard. 

 Eerder verschenen op www.filmpjekijken.com 

Vleermuizen in het Ziggo Dome

Zoals u al eerder begreep: Editors is terug. En na het festivalseizoen is het hoog tijd voor een tour. De mannen stonden gisteren in het Ziggo Dome. Wonderschoon was het.

Afbeelding

Even iets rechtzetten van de Nu.nl-collega’s, die tussen de regels door wel toegeven dat het eigenlijk een meer dan voortreffelijke show was, maar liever de minpuntjes eruit vissen. Laten we meteen toegeven: No Sound But The Wind maakt nu eenmaal meer indruk achter de piano dan op gitaar. That being said: knappe jongen die buiten dat iets aan te merken heeft op het optreden.

Want de mannen knalden erin. Na opener Sugar, kreeg het publiek in no-time oudjes Someone Says, Smokers Outside the Hospital Doors en Bones om de oren. En zo hebben we het graag. Persoonlijke hoogtepunten volgden met Two Hearted Spider en All Sparks. De zaal zong met volle overgave mee met de laatste singles en zo was iedereen om. Heerlijke versies van Like Treasure en Nothing (nee, niet akoestisch) waren de kers op de taart. 

Afbeelding

Zanger Thom Smith zong of zijn leven er vanaf hing,  het geluid van de band klonk fenomenaal. Probs ook voor de nieuwe gitarist, die heeft zich meer dan  bewezen. En uiteraard voor de drummer, die zowaar direct een jasje aantrok op het moment dat hij – ongetwijfeld steenkapot – achter zijn drumstel vandaan kwam. Een enkel woordje Nederlands kwam voorbij, verder werden er vooral duimpjes opgestoken richting het publiek. Maar ach, het was genoeg. Het was geweldig.

Vier jaar geleden zag ik Editors voor het eerst, in het Goffertpark als supportact van Muse. Toen nog in de bekende lange zwarte stoffen jassen, als schuchtere heren. Dat zijn ze nog steeds, want: de zaal was donker. Aardedonker. De beeldschermen naast het podium hielpen weinig, met moeite was een glimp van een gezicht op te vangen. Als vleermuizen gedijen de heren nog steeds het beste in het zwart van de nacht. Maar het laatste album toont de ambitie om een stadionact te worden. Na dit optreden en de shows op Werchter is die belofte wat mij betreft direct ruimschoots ingelost.Afbeelding

Oordeel zelf, want 3FM was erbij en zendt binnenkort nog songs uit van het optreden. Zie de link onder de woorden ‘op te vangen’ in de alinea hierboven…

 

Editors opgestaan uit de dood

Kom er maar in met dat pikdonkere artwork. Editors is de afgelopen weken opgestaan uit een gewisse dood. Hoe symbolisch wil je het hebben. De band is het jammerlijke vertrek van gitarist Chris Urbanowicz te boven gekomen. Maar wat is het gevolg voor de sound? Afbeelding

Recensie The Weight of Your Love ~ 3 sterren

Binnenkomer The Weight is de perfecte aftrap voor een Editors plaat. Zware muziek, al even zware stemklanken mét zelfspot over het onderwerp de dood. Menig fan zal direct gerustgesteld zijn over de koers van de band. Vorig jaar zomer eigenlijk al, want de drie nieuwe nummers op Rock Werchter 2012 (Sugar, Nothing en Two Hearted Spider) smaakten absoluut naar meer.Afbeelding

Na stadionkraker A Ton of Love dient zich echter een dipje aan. Het vollere geluid van de band klinkt meer dan prima, maar ballad What is this thing called Love komt toch écht het beste tot zijn recht met alleen een piano en zonder strijkers. Nothing is met alle tierelantijnen zelfs een draak van een plaat geworden op het album. Vanaf het catchy Honesty en Formeldehyde  pakt de groep de draad weer op, het zijn makkelijk in het gehoor liggende popliedjes. De laatste songs van het album klinken goed, maar missen de volle overtuiging.

Afbeelding
Stelt het nieuwe album fans teleur: ik denk het niet. Wie wil zwijmelen bij de stem van Thom Smith kan dat volop met sterke songs. Boort het nieuwe markten aan: jazeker. Een hogere plek in de albumcharts heeft de band niet eerder bereikt. Maar ‘indie’ kan de groep niet meer genoemd worden. Daarvoor missen we het experimentele en – eerlijk is eerlijk – het geluid van Urbaniwicz, Smith wil nu het geluid van Editors wel eens laten klinken in de grotere zalen. En geef hem eens ongelijk. Sterker nog: de live-versies van de nieuwe songs genieten na Werchter 2013 absoluut de voorkeur.

De Galacticos van Barcelona

Ik ben de laatste die het toegeeft. Maar Barcelona is langzaam zijn glans aan het verliezen. Het voetbal is al te lang te mooi en dat komt ze op kritiek te staan en mensen die het spel tegen zijn. En zo lijkt de sympathieke stadsclub te worden als haar eeuwige rivaal.
 Afbeelding
Veel van mijn vrienden hebben een bloedhekel aan de Koninklijken. Dat patserige wit. En maar alle sterren opkopen voor de meest wereldvreemde sommen geld. Een club van individuen. Geen team.
Dat was bij Barca wel anders. Maar inmiddels spelen al tijden de beste individuele spelers van de wereld in de Catalaanse havenstad. Xavi, Iniesta, Messi, Fabregas. Barca is daarmee ook een sterrenteam geworden. Galacticos, zo u wilt.
En het aankoopbeleid laat te wensen over. Want hoe gelukkig is Fabregas nu bij zijn jeugdliefde? Zlatan kwam, waarom? En nu hetzelfde met Neymar. Twee kapiteins op een schip, aldus Cruijff.
Afbeelding
Ik had gezworen dat Neymar naar Madrid zou gaan. Of PSG, Monaco, Chelsea, noem maar op. Genoeg teams die handelen in de galacticos van deze wereld. De mannen met al even maffe kapsels als skills. Het werd Barca.

En dan heet je Tello. Een ruwe groeidiamant, hard op weg één van de meest gevaarlijke linksbuiten-spelers te worden van de wereld. Met voor je in de pikorde opeens Neymar. Of je heet Thiago Alcantara. Juist: de jonge zelf opgeleide talenten zoeken andere oorden op voor meer speeltijd. Wint Barca hiermee aan glans, werkt het en maakt het de club beter, of verliest ze juist aan sympathie en klasse op de middellange termijn? Over enkele jaren weten we het…

Shock & Awe

Stadionconcert Muse, Amsterdam Arena ~ 5 sterren
Lekker in het zonnetje liggen in de Bijlmer. Het kan. Vooral voorafgaand aan het concert van Muse in de Arena. Wát een show!
muse
Drommen mensen liggen zich al lekker te maken met wat komen gaat. Biertje in de hand, chillen en genieten van het zonnetje totdat Matt Bellamy eindelijk gewapend met zijn gitaar de Arena binnenloopt. Jammer genoeg laten velen het voorprogramma van Biffy Clyro voor wat het is. Want als er één band het publiek kan wakker schudden, zijn het wel de aimabele, volgetatoeëerde en topless Schotten.
 biffy-clyro
Ze geven – zoals altijd – alles wat ze hebben: bakken met energie. De hit Many of Horror komt voorbij, evenals Bubbles, Mountain en daarbij veel nieuw werk. Het slaat eigenlijk alleen aan in het voorste deel van het veld, maar spijt mag er vooral zijn bij het deel van het publiek dat nog in de zon ligt en deze band niet live kan aanschouwen.
Voor Muse stapt iedereen toch maar het stadion in, balend van het dichte dak. Zodra de eerste tonen van Supremacy klinken is de zon opeens de vijand van het publiek. De enorme vuurballen en lichteffecten missen net wat extra impact door het licht.
 musebril
Maar Muse is Muse. Binnen de kortste keren – via Supermassive Black Hole en Knights of Cydonia – is het publiek los en staat het ook op de tribunes op de banken. Tegenover het concert drie jaar terug in het Goffertpark worden wat grote hits gemist. De kans op New Born en Stockholm Syndrome is sinds deze tour officieel fifty-fifty, aangezien een roulettewiel de keuze bepaalt.
Maar de show maakt werkelijk álles goed. Het industriële decor met grote schermen is overweldigend en de nieuwe nummers winnen aan kracht door alle acts en acteurs die erbij worden gehaald. De kritiek op de politiek, economie en banken is evident en iedereen schreeuwt lekker mee met Uprising. Confettikanonnen schieten bankbiljetten het publiek in, een trapezeartieste hangt aan een enorme ballon in de vorm van een lamp en een robot met een partij lichteffecten laat het publiek ademloos toekijken wat er allemaal gebeurt.
 muse-wallpaper-6
Nog een voordeel sinds de Absolution Tour, Matt Bellamy zelf komt echt los. Hij ontpopt zich tot een showman, niet alleen als gitarist, maar ook als zanger. Tijdens Starlight heeft hij geen gitaar meer nodig en wel vaker loopt hij alleen nog met een microfoon rond op het podium. Tijdens Madness zet hij zichzelf in het middelpunt door met zijn gekke zonnebril close-up in de camera te kijken én hij loopt door het publiek. Oké een prater wordt hij nooit, hij kiest er nog steeds liever voor om een riedeltje te spelen van House of the Rising Sun dan om een dialoog te voeren. Maar zo’n complete over de top circusshow is al meer dan genoeg om te behappen.
Het geluid van Muse is moddervet als altijd, óók in de Arena. En dus is er maar één conclusie na de shock & awe van dit concert. Als Muse een stadionconcert geeft, móét je er gewoon bij zijn. Hoe dan ook.

Arabische feelgood voelt goed

Het is een vreemde mix: rokende moeders in boerka en een gezin dat videogames speelt. Het gaat allemaal samen in Wadjda. Deze verfrissende film uit, jawel, Saoedi-Arabië kaapte op verschillende filmfestivals al prijzen weg. Wij waren benieuwd.Afbeelding

Plot: de tienjarige Wadjda leeft een alledaags leven op school. Maar ze wil fietsen, net als haar buurjongetje. En fietsen is niks voor meisjes. Dat maken haar moeder en school wel duidelijk: ken je plek. Maar Wadjda jaagt haar dromen na en laat het er niet bij zitten.  

Het is een uitdagend en aanstekelijk meisje, die Wadjda. Mede daardoor is het een genot om te zien wat ze meemaakt. In haar leven in de woestijnstaat zijn verbluffende parallellen met het Westerse leven te ontdekken. Vermomd in een andere cultuur met haar eigen gebruiken. In een wereld van uithuwelijken en weinig kanten op kunnen, troosteloze stenen woestijnlandschappen en gesloten gebouwen.  

Aan een politiek statement ontkom je niet. De film heeft een sterke focus op de positie van vrouwen en draait werkelijk om de vrouwenlevens, mannen spelen een bijrol in de film. Ook de regisseur is een dame, wat al een opmerkelijk gegeven is. Door de lichtheid van de film en de humor die erin zit, valt het politieke puntje welhaast niet op. Het levert een prachtig inkijkje in de gewoonste zaken van de wereld, maar dan hoe het er even verderop in het Midden-Oosten aan toe gaat.  

De boze schooldirectrice, muitende jongens en meisjes op het schoolplein. Alles wat voor iedereen herkenbaar is, zit erin. Wadjda maakt zelfs van Koran-lessen een vrolijk fenomeen en zet alles op alles om zichzelf te leren fietsen. Het verhaal sprankelt bij vlagen, maar heeft vooral een ziel. En is daarom de moeite van het zien waard.

Geplaatst op filmpjekijken.com

Korte film: Haarverlies

Film is een mooie hobby. Of je nu alleen vol plezier kijkt, erover schrijft óf ze zelf besluit te gaan maken. Zo zijn Michiel Kremers en Teus Kappen een eigen project gestart. Het kostte enkele jaren, maar nu is daar hun eerste kindje: de korte film Haarverlies. Aan mij de eer om de film deskundig te beoordelen.

Ambitieus zijn ze, dat kan de jonge Bossche filmmakers niet worden ontzegd. Want ook echt zelf aan de slag te gaan met een script en camera, is een behoorlijke klus. Maar de mannen bewijzen met het eindresultaat meer te zijn dan hobbyisten. Hun tijd en aandacht voor dit project spat van het scherm.  Afbeelding

Kapper meets Azië. Dit gegeven staat centraal in de film, waarin een kapper – gespeeld door Bernardus Manders – voor het eerst een Aziatische schone tot zijn klandizie mag rekenen. De man ontwikkelt een tamelijk ongezonde fascinatie voor het nieuwe soort haar dat door zijn vingers glijdt. Hoe vaker de klant terugkeert, hoe dieper de man in de problemen raakt.

Klinkt onheilspellend, maar uit de bocht vliegt de film nooit. De spanning wordt mooi opgebouwd, met als hoogtepunt fraaie shots van een eenzame huiskamer waar de kapper zijn nieuwe kunsten oefent. Hier bekruipt je een beklemmend gevoel, dat doet denken aan One Hour Photo, al is de plot verder geweldloos.

Zoals gezegd, vertalen de filmmakers hun ambitie kundig naar het scherm. De begintitels zouden niet misstaan in een grotere productie en het oog voor detail zal iedere kijker doen glimlachen. Acteur Manders heeft vanaf de eerste minuut het vertrouwen als kapper en draagt de film. Simone Bergmann acteert als Aziatische cliënt iets vlakker. Afbeelding

De dialogen zijn wat kort en geforceerd, maar die stroefheid komt de geloofwaardigheid van de introverte kapper deels ten goede. Het publiek mag naar hartenlust gissen wat er in de beste man omgaat. Wat er in de beelden gebeurt, daar draait het om. Met een heerlijk absurde climax. De kans dat de klant ooit nog terugkeert naar deze kapper is klein. Maar voor een nieuwe Kremers en Kappen kom ik graag terug naar de bioscoopzaal.